ECLI:NL:RBMNE:2021:3992

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 augustus 2021
Publicatiedatum
23 augustus 2021
Zaaknummer
21/2426
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Regeling eisen geschiktheid 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens actueel alcoholmisbruik

Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingevuld waarin hij overmatig alcoholgebruik in de afgelopen vijf jaar aangaf. Verweerder liet een psychiater onderzoek doen, die concludeerde dat sprake is van actueel alcoholmisbruik en adviseerde het rijbewijs ongeldig te verklaren. Verweerder volgde dit advies op.

Eiser voerde aan dat een bedrijfsarts hem wel goedkeurde en dat hij in staat is een auto te besturen. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van alcoholmisbruik aan een specialist toekomt, in dit geval de psychiater, en dat de bedrijfsarts onvoldoende gezag heeft om dit te betwisten.

Eiser stelde dat hij nooit rijdt onder invloed en in goede conditie verkeert, maar de rechtbank stelde dat het alcoholmisbruik op zichzelf voldoende reden is voor ongeldigverklaring. Ook het argument dat de coronapandemie het alcoholgebruik beïnvloedt, werd verworpen vanwege verkeersveiligheid.

Eiser legde later bloedonderzoeken over waaruit bleek dat hij minder is gaan drinken, maar deze dateren na het besluit en zijn daarom niet relevant voor de beoordeling op het moment van ongeldigverklaring. Volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 moet een recidiefvrije periode van een jaar zijn verstreken voordat heronderzoek mogelijk is.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het rijbewijs terecht ongeldig is verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het rijbewijs van eiser blijft ongeldig wegens actueel alcoholmisbruik.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2426

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
(gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal).

Procesverloop

In het besluit van 3 maart 2021 (primair besluit) heeft verweerder het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard.
In het besluit van 18 mei 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

Inleiding
1. Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingevuld om een Verklaring van geschiktheid van verweerder te verkrijgen. In de gezondheidsverklaring heeft eiser aangegeven dat hij de afgelopen vijf jaar overmatig gebruik heeft gemaakt van alcohol. Verweerder heeft eiser verwezen naar een psychiater voor een onderzoek naar het alcoholgebruik van eiser. De psychiater heeft in zijn rapport geconcludeerd dat sprake is van actueel alcoholmisbruik bij eiser en heeft verweerder geadviseerd eiser rijongeschikt te verklaren. Verweerder heeft het advies overgenomen en het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard.
Beoordeling beroepsgronden
2. Eiser betoogt dat een andere arts hem wel goedgekeurd heeft en ook vindt – net als eiser – dat hij in staat is om een auto te besturen. De rechtbank oordeelt dat de vraag of sprake is van alcoholmisbruik op grond van de Regeling eisen geschiktheid 2000 (Regeling) [1] beoordeeld moet worden door een specialist. Dat is in deze zaak gedaan door een psychiater. De arts waar eiser naar verwijst, is een bedrijfsarts en is geen specialist in de zin van de Regeling. Het onderzoek van de bedrijfsarts is daarom niet voldoende om de conclusies van het psychiatrisch rapport in twijfel te trekken. Overigens laat de bedrijfsarts zich ook niet uit over de vraag of eiser rijgeschikt moet worden verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.
3. Eiser voert aan dat hij nooit drinkt als hij rijdt en nooit is aangehouden voor rijden onder invloed. Eiser verkeert in goede conditie en is goed in staat zijn auto te besturen.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft gesteld dat de diagnose van actueel alcoholmisbruik voldoende is voor het ongeldig verklaren van het rijbewijs op grond van de Regeling. [2] Verweerder heeft het rijbewijs ongeldig verklaard omdat de psychiater heeft geconcludeerd dat sprake is van actueel alcoholmisbruik en niet omdat eiser zou rijden onder invloed. Verweerder heeft dit mogen doen op basis van de Regeling. Of eiser in goede conditie is, is geen discussiepunt in deze zaak en verweerder bestrijdt dit ook niet. Het alcoholmisbruik is dus op zichzelf voldoende reden om het rijbewijs ongeldig te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet.
4. Ter zitting geeft eiser aan dat in de huidige tijd van de coronapandemie veel mensen thuis meer zijn gaan drinken omdat er weinig te doen is. Eiser is eerlijk over zijn alcoholgebruik en wordt nu voor zijn eerlijkheid gestraft terwijl hij dus niet de enige is die dit doet. De rechtbank overweegt dat de regels voor bezitters van een rijbewijs streng zijn omwille van de verkeersveiligheid van alle verkeersdeelnemers. De coronapandemie verandert dit niet. De regels blijven hetzelfde en verweerder moet deze nog steeds toepassen, ook al zou het zo zijn dat mensen meer zijn gaan drinken thuis. De beroepsgrond slaagt niet.
5.1
Eiser voert aan dat hij inmiddels zijn alcoholgebruik fors geminderd heeft. Hij onderbouwt dit met twee resultaten van bloedonderzoeken van 14 juni 2021 en 5 augustus 2021. Uit de uitslagen blijkt dat de Gamma-t waarde is gedaald.
5.2
Eiser heeft het resultaat van het tweede bloedonderzoek ter zitting overgelegd. Verweerder was niet aanwezig ter zitting en heeft dus niet op dit document kunnen reageren. De rechtbank neemt geen strijd met de goede procesorde aan en voegt het bij het dossier. De reden daarvoor is dat het document ten opzichte van het eerdere resultaat van het bloedonderzoek geen nieuwe gegevens bevat en verweerder op het eerdere resultaat heeft gereageerd in het verweerschrift.
5.3
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de uitslag van het bloedonderzoek, dat onderbouwt dat eiser minder is gaan drinken, niet van belang is voor de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Dit geldt ook voor het tweede bloedonderzoek. De reden daarvoor is dat de twee bloedonderzoeken dateren van na het besluit tot het ongeldig verklaren van het rijbewijs. In dit beroep gaat het echter om de situatie op het moment van het ongeldig verklaren van het rijbewijs. De uitslagen van de twee bloedonderzoeken zeggen niets over dat moment, maar alleen iets over de periode daarna.
Voorts oordeelt de rechtbank dat verweerder op grond van paragraaf 8.8 van de Bijlage van de Regeling heeft mogen besluiten dat er op dit moment te weinig tijd is verstreken om eiser opnieuw te laten onderzoeken of om nu het rijbewijs geldig te verklaren. In paragraaf 8.8 is bepaald dat er eerst een recidiefvrije periode van één jaar verstreken moet zijn voordat eiser zich opnieuw kan laten onderzoeken. Dat zou volgens verweerder vanaf 17 januari 2022 het geval kunnen zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard en eiser zijn rijbewijs op dit moment niet terugkrijgt.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. van der Vos, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Zie paragraaf 8.8 van de Bijlage bij de Regeling.
2.Zie eveneens paragraaf 8.8 van de Bijlage bij de Regeling.