ECLI:NL:RBMNE:2021:4000
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- A.J. Schuman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad om zijn recht op bijstand met ingang van 6 mei 2021 in te trekken. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank heeft verzoeker verzocht het spoedeisend belang nader te onderbouwen met financiële stukken zoals bankafschriften en aanmaningen. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd, waardoor geen onderbouwing van een acute financiële noodsituatie is gegeven.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald. Zonder een dreigende onomkeerbare situatie of acute nood ontbreekt het aan spoedeisend belang. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat ook op die grond geen voorlopige voorziening kan worden getroffen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.