ECLI:NL:RBMNE:2021:4007
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring op grond van hardheidsclausule bij uitstroom maatschappelijke instelling
Eiseres, woonachtig in een maatschappelijke instelling voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking en gedragsproblemen, verzocht om een urgentieverklaring om zelfstandig te kunnen wonen met ambulante begeleiding. De gemeente Almere wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening, waaronder een onafgebroken ingezetenschap van twee jaar in de gemeente voorafgaand aan het verblijf in de instelling.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar bijzondere persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van regioafspraken tussen gemeenten een beroep kon doen op de hardheidsclausule. Zij stelde dat zij zich onveilig voelde in de instelling en dat het medisch noodzakelijk was om uit te stromen. De rechtbank oordeelde echter dat de gemeente zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden.
De rechtbank nam mee dat uit medische stukken niet bleek dat verblijf in de instelling onmogelijk was en dat eiseres haar woonprobleem kon oplossen door te reageren op andere woonruimte, ook buiten de regio. Het ontbreken van regioafspraken tussen gemeenten was onvoldoende reden voor toepassing van de hardheidsclausule. De tijdelijke aard van de indicatie veranderde hieraan niets. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.