ECLI:NL:RBMNE:2021:403
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Wob-besluit wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een gedeeltelijk tegemoetkomend Wob-besluit van verweerder. Dit verzoek is gedaan in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure tegen het primaire besluit van 18 december 2020.
De voorzieningenrechter beoordeelt of sprake is van onverwijlde spoed die het noodzakelijk maakt om de voorlopige voorziening te treffen. Hoewel het belang van verzoekster bij openbaarmaking van de documenten duidelijk is, is niet aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft. Er is geen aanwijzing dat het afwachten van de bezwaarprocedure onomkeerbare bewijs- of andere schade zal veroorzaken.
Ook is niet duidelijk dat verweerder evident in strijd met de Wob heeft gehandeld door de documenten niet openbaar te maken. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.