ECLI:NL:RBMNE:2021:4046
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering met terugwerkende kracht onrechtmatig verklaard
Eiseres, voormalig secretaresse, meldde zich op 2 juli 2019 ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 mei 2020 na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling, omdat eiseres weer in staat werd geacht haar eigen werk te verrichten. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij in beroep ging.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat eiseres het besluit pas op 2 juni 2020 had ontvangen, waardoor de beëindiging met terugwerkende kracht niet geoorloofd was. De rechtbank vernietigde de beslissing op bezwaar en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de situatie per 2 juni 2020 moet worden beoordeeld.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd als deskundig en zorgvuldig beoordeeld, ondanks het ontbreken van lichamelijk onderzoek. De rechtbank vond geen reden om het oordeel over de arbeidsbeperkingen te betwijfelen. Tevens werd benadrukt dat de beoordeling zich richt op de functie van secretaresse vastgoed in algemene zin, niet op de specifieke werkzaamheden van eiseres.
De rechtbank wees het beroep toe, beval het UWV tot herbeoordeling en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen per de juiste datum van ontvangst, met vergoeding van griffierecht en proceskosten.