ECLI:NL:RBMNE:2021:4071
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invorderingsrente over te veel ontvangen zorg- en huurtoeslag 2013
De zaak betreft het beroep van eiser tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen waarin invorderingsrente is vastgesteld wegens te late terugbetaling van te veel ontvangen zorg- en huurtoeslag over 2013. De primaire besluiten van 18 september 2019 legden respectievelijk €136 en €211 invorderingsrente op. Eiser betwistte de hoogte van de terugvorderingsbedragen en de bevoegdheid van verweerder tot beslaglegging.
De rechtbank stelde vast dat de vaststelling van de toeslagen over 2013 niet onderwerp van geschil was en dat de bestuursrechter bevoegd is te oordelen over de invorderingsrente. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder definitief geoordeeld dat de toeslagen correct waren vastgesteld. Daarmee stond vast dat eiser te veel toeslagen had ontvangen en dat terugvordering terecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet tijdig had terugbetaald en dat op grond van de Awir en Invorderingswet 1990 invorderingsrente verschuldigd is. De invorderingsrente was daarom terecht in rekening gebracht. Beroepen tegen aanmanings- en dwangbevelkosten werden doorverwezen naar de belastingrechter. De beroepen werden ongegrond verklaard en griffierecht werd kwijtgescholden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de invorderingsrente terecht is opgelegd.