Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[opposant] , te [plaats] , opposant.
Procesverloop
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Overwegingen
P.W. Hogenbirk, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 21 april 2021, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een te vroege ingebrekestelling. Opposant had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist.
De rechtbank heeft in het verzet beoordeeld of zij destijds terecht had geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst bestond en dat daarom geen zitting nodig was. De rechtbank concludeert dat het college niet tijdig heeft beslist en bovendien niet heeft aangegeven gebruik te maken van een adviescommissie, waardoor de beslistermijn van zes weken na het verstrijken van de bezwaartermijn is overschreden.
De ingebrekestelling van opposant was daarom niet te vroeg ingediend. Het college heeft pas op 13 juli 2021 een beslissing genomen, ruim na de uiterste beslistermijn van 8 september 2020. De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van het bezwaar. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.