ECLI:NL:RBMNE:2021:4080

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2021
Publicatiedatum
25 augustus 2021
Zaaknummer
21/1573-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens voortijdig ingediend tweede bezwaar tegen niet-tijdig besluit

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak vastgesteld dat verweerder binnen twee weken moest beslissen en bij overschrijding een dwangsom van € 100 per dag, maximaal € 15.000, aan eiser verbeurt.

De rechtbank constateert dat deze termijn inmiddels is verstreken en verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. Omdat de dwangsom nog niet volledig is volgelopen, kan eiser niet in een gunstiger positie komen door het indienen van een nieuw beroep tegen het niet tijdig beslissen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de dwangsom nog niet volledig is volgelopen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 1573

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M.M. Breukers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2021, met zaaknummer UTR 20 / 4127. In die uitspraak staat dat verweerder binnen zes weken opnieuw moet beslissen op het bezwaar van eiser. Eiser stelt nu beroep in omdat verweerder dat niet heeft gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft zijn bezwaarschrift ingediend op 4 juni 2020. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken
.Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. In de uitspraak van 28 januari 2021 heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van eiser. De rechtbank heeft bepaald dat verweerder binnen twee weken na de datum van de uitspraak moet beslissen op eisers bezwaar. Verder heeft de rechtbank bepaald dat als verweerder deze termijn overschrijdt, hij een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- aan eiser verbeurt.
3. De rechtbank stelt vast dat de termijn van twee weken al enige tijd is verstreken en dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen op het bezwaar van eiser.
4. Gelet op het feit dat er op dit moment reeds een dwangsom loopt als gevolg van de eerdere uitspraak door deze rechtbank, kan eiser redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder, niet-ontvankelijk. Indien de volledige dwangsom van € 15.000,- is volgelopen, staat het eiser vrij een nieuw beroep tegen het niet tijdig beslissen in te dienen.
5. Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier
.De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 10 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.