Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de gemeente en stelt dat de gemeente niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar op 1 april 2020 is ontvangen en dat de gemeente uiterlijk 31 december 2020 had moeten beslissen. Omdat dit niet is gebeurd, is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank legt uit dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd is als het niet binnen de wettelijke termijn beslist. De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 5 maart 2021 tot 16 april 2021. Daarnaast moet de gemeente binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen.
Verder wordt bepaald dat de gemeente een dwangsom van €100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn na deze periode nog wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. De rechtbank wijst een verzoek om proceskostenvergoeding af omdat niet is gebleken van beroepsmatige rechtsbijstand of andere in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde kosten. Tot slot moet de gemeente het griffierecht aan eiseres vergoeden.