Eiser heeft op 7 september 2020 een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente Nieuwegein. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, had uiterlijk 31 december 2020 moeten beslissen op dit bezwaar. Dit is niet gebeurd. Eiser stelde verweerder op 4 februari 2021 in gebreke en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder beslissing.
De rechtbank heeft verweerder bij brief verzocht om stukken in te dienen en te reageren, maar verweerder heeft niet gereageerd. De rechtbank gaat daarom uit van ontvangst van het bezwaar op de datum die eiser stelt. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 18 februari 2021 tot 3 april 2021 en legt een nieuwe dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn na deze uitspraak wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Tevens moet verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiser, omdat eiser een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat.