Eiseres, mede-eigenaar van een parkeerterrein, plaatste een slagboom met betaalapparatuur. Verweerder legde een bouwstop op en vervolgens een last onder dwangsom om de slagboom en apparatuur te verwijderen omdat het terrein volgens verweerder een openbare weg is in de zin van de Wegenwet.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij op basis van toezeggingen van een gemeentelijk verkeersadviseur mocht vertrouwen dat het terrein afgesloten mocht worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder had aangetoond dat het terrein meer dan dertig jaar onafgebroken openbaar was, waardoor het afsluiten een overtreding is.
Toch werd het beroep gegrond verklaard omdat de toezegging van de verkeersadviseur aan verweerder toe te rekenen is, waardoor het vertrouwensbeginsel slaagt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde zelf dat eiseres de slagboom mocht handhaven tot 15 september 2021, met vergoeding van gemaakte kosten en proceskosten.
De rechtbank weegt het algemene belang van handhaving tegen het gewekte vertrouwen en concludeert dat het vertrouwen in dit geval zwaarder weegt, mede omdat verweerder bereid is de kosten te vergoeden. De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de uitspraak op het beroep zelf voorziening biedt.