Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
17 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Uwv),verweerder,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 19 januari 2021 een WW-uitkering aangevraagd omdat hij vanaf 13 januari 2021 werkloos was. Het UWV kende hem een WW-uitkering toe tot en met 12 april 2021. Vervolgens heeft het UWV de uitkering stopgezet per 13 april 2021 omdat eiser niet voldeed aan de 4-uit-5 eis, die vereist dat in de voorafgaande vijf jaar in ten minste vier kalenderjaren over 208 uur of meer loon is ontvangen.
Eiser erkent dat hij niet aan deze eis voldoet en vraagt om coulance vanwege persoonlijke omstandigheden die hem belemmerden om meer dan circa drie jaar te werken in de afgelopen vijf jaar. Hij benadrukt zijn lange arbeidsverleden van ruim 27 jaar met hoge premie- en belastingafdrachten en zijn recente goede baan.
De rechtbank oordeelt dat de wet geen ruimte biedt om af te wijken van de 4-uit-5 eis, ook niet bij bijzondere of persoonlijke omstandigheden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van het UWV om de WW-uitkering te beëindigen rechtsgeldig.
De rechtbank wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de stopzetting van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de 4-uit-5 eis.