ECLI:NL:RBMNE:2021:4110
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nieuw parkeerbeleid Woerden
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het 'Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Woerden 2021' en de 'Uitvoeringsregels parkeren gemeente Woerden 2021'. Verzoekers, bewoners en ondernemers uit de binnenstad, zijn het niet eens met het nieuwe parkeerbeleid dat hun parkeermogelijkheden beperkt en vinden dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Aanwijzingsbesluit een concretiserend besluit van algemene strekking is waarop bezwaar mogelijk is, en dat hij bevoegd is kennis te nemen van het geschil. De Uitvoeringsregels bevatten mogelijk zelfstandige normstelling, waardoor bezwaar ook mogelijk kan zijn, maar dit wordt nader onderzocht.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen spoedeisend belang is. De nadelige gevolgen voor verzoekers zijn niet acuut, zwaarwegend of onomkeerbaar. Ook is niet aannemelijk dat de besluiten evident onrechtmatig zijn; de gemeente heeft een ruime beoordelingsruimte en heeft verschillende belangen afgewogen. Verzoekers kunnen hun bezwaren in de bezwaarprocedure kenbaar maken.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het nieuwe parkeerbeleid in Woerden wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat de besluiten niet evident onrechtmatig zijn.