Eiser vordert een verklaring voor recht dat gedaagde advocaat onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de door hem gestelde schade. Dit naar aanleiding van diverse beroepsfouten die door de Raad van Discipline deels gegrond zijn verklaard. Eiser stelt dat deze fouten hebben geleid tot schade, onder meer door het niet-ontvankelijk verklaren van een verzoekschriftprocedure en het te laat toezenden van dossiers voor een tuchtprocedure.
De rechtbank overweegt dat het tuchtrecht en civielrechtelijke aansprakelijkheid verschillende doelen en normen kennen, en dat een gegrond tuchtklacht niet automatisch civielrechtelijke aansprakelijkheid impliceert. Voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad moeten onder meer schade en causaal verband worden vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de schade het gevolg is van het handelen van gedaagde. Zelfs zonder de gestelde fouten zou het verzoekschrift niet-ontvankelijk zijn verklaard en had eiser voldoende tijd om de tuchtdossiers te ontvangen. Daarnaast heeft eiser nagelaten zijn schade concreet te maken.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten van gedaagde. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door rechter J.P. Killian op 7 juli 2021.