ECLI:NL:RBMNE:2021:4141
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incasso huurachterstand met afwijzing proceskosten wegens onzorgvuldigheid verhuurder
De stichting Patrimonium Woonservice vorderde betaling van een huurachterstand van [gedaagde] voor een woning in [plaatsnaam]. [gedaagde] betwistte de hoogte van de achterstand en stelde dat hij alle huurbetalingen had voldaan, met uitzondering van onduidelijkheid over een creditnota en enkele betalingen die niet waren verrekend.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de huurachterstand was teruggebracht tot €158,37. Betalingsbewijzen voor twee van de drie door [gedaagde] genoemde betalingen ontbraken, en de betaling van 28 maart 2021 bleek betrekking te hebben op de huur van zijn moeder. De kantonrechter oordeelde dat de vordering van €158,37 terecht was.
De kantonrechter stelde dat de verhuurder en haar incassogemachtigde onzorgvuldig hadden gehandeld door een onduidelijke, intimiderende dagvaarding uit te brengen en een korte termijn te stellen voor betaling, terwijl de achterstand relatief gering was. Dit leidde tot onnodige proceskosten die voor rekening van de verhuurder blijven.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat deze niet overeenkwamen met het wettelijke maximum. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 17 maart 2021. De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot betaling van €158,37 plus rente, verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het overige af.
Uitkomst: Huurachterstand van €158,37 toegewezen, proceskosten en incassokosten afgewezen wegens onzorgvuldigheid verhuurder.