ECLI:NL:RBMNE:2021:4150
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugsvondst
Verzoeker woont sinds twintig jaar in een woning die hij huurt van een derde partij. Na een politiecontrole in maart 2021 waarbij drugs werden aangetroffen in een voertuig van verzoeker en een doorzoeking van de woning waarbij handelshoeveelheden drugs, een vuurwapen en munitie werden gevonden, besloot de burgemeester de woning te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of het besluit tot sluiting geschorst kon worden in afwachting van de bezwaarprocedure. Hoewel de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en een vuurwapen ernstig zijn, was er onvoldoende bewijs dat er feitelijke drugshandel vanuit de woning plaatsvond of dat de woning bekend stond als drugspand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de noodzaak en evenredigheid van de sluiting twijfelachtig zijn. Verzoeker had niet redelijkerwijs kunnen weten van de drugs in de slaapkamer van zijn meerderjarige zoon. De gevolgen van sluiting zijn groot, waaronder het zoeken van vervangende woonruimte en het risico op verlies van de woning. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.