ECLI:NL:RBMNE:2021:4153
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herziening WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van arbeidsongeschiktheid
Eiser werkte als groepsleider en liep in 2014 hoofdletsel op door een incident op het werk. Na een ziekmelding in 2015 werd hem een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. In 2019 beëindigde het UWV deze uitkering en stelde een nieuwe WGA-loonaanvullingsuitkering vast met een lager arbeidsongeschiktheidspercentage na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
Eiser stelde dat de medische beoordeling onjuist was en dat hij meer beperkingen ervaart, met name dat hij meerdere keren per dag moet rusten. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk hadden gemotiveerd, mede gezien de corona-maatregelen waardoor geen persoonlijk onderzoek plaatsvond.
De rechtbank vond dat de medische rapporten en de informatie van het instituut waarop eiser zich baseerde, geen aanleiding gaven om de beperkingen te herzien. De subjectieve klachten van eiser zonder medische onderbouwing waren onvoldoende om de beoordeling aan te tasten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt ongegrond verklaard.