Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord tevens incidentele vordering tot verwijzing;
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert de gedaagde in het incident dat de hoofdzaak wordt verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant om te worden gevoegd met een andere aanhangige zaak. De eiseres in het incident voert verweer en verzoekt afwijzing van deze vordering.
De rechtbank beoordeelt de verknochtheid van de zaken aan de hand van artikel 220 lid 1 Rv Pro, waarbij wordt gekeken naar de feitelijke en juridische samenhang van de geschilpunten en de belangenafweging tussen efficiëntie en mogelijke nadelen zoals vertraging en extra kosten.
De rechtbank oordeelt dat de geschilpunten onvoldoende samenhangen. Hoewel de gedaagde aansprakelijkheid erkent voor de facturen in de hoofdzaak, is niet gebleken dat de andere partij deze aansprakelijkheid erkent in de andere procedure. De verweren en vorderingen verschillen substantieel, waardoor gezamenlijke behandeling niet doelmatig is.
Het verzoek tot verwijzing wordt daarom afgewezen en de verzoeker wordt veroordeeld in de kosten van het incident. Tevens wordt bepaald dat de hoofdzaak zal worden voortgezet met een mondelinge behandeling gepland voor het opgeven van verhinderdata.
Uitkomst: Het verzoek tot verwijzing van de hoofdzaak naar een andere rechtbank wordt afgewezen en de verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.