ECLI:NL:RBMNE:2021:4167
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering en aflossingscapaciteit UWV
Eiser heeft in het verleden uitkeringen ontvangen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet, die het UWV deels heeft herzien en teruggevorderd. Het UWV stelde een maandelijkse aflossing van €50 vast, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
Tijdens de zitting op 23 juli 2021, behandeld via beeldverbinding, heeft eiser aangevoerd dat het aflossingsbedrag te hoog is omdat zijn inkomen laag is en hij ook andere schulden heeft, waaronder bij de zorgverzekering. Hij ontvangt hulp van de voedselbank en maatschappelijke dienstverlening.
Het UWV stelde dat het netto-inkomen van eiser over de maanden september tot en met november 2020 €997 bedroeg, met een beslagvrije voet van €947, wat resulteert in een aflossingscapaciteit van €50. De rechtbank oordeelde dat het UWV de aflossingscapaciteit correct heeft berekend en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat zijn inkomen lager is of dat de beslagvrije voet hoger moet zijn.
Hoewel de beslissing op bezwaar onjuist vermeldde dat de vorderingen alleen op grond van de Werkloosheidswet waren, terwijl ook Ziektewetvorderingen betroffen, werd dit als een kennelijke fout zonder gevolgen beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het aflossingsbedrag van €50 per maand aan het UWV wordt ongegrond verklaard.