Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
10 maart 2021.
Overwegingen
niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 10 maart 2021. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht van €49,- binnen vier weken te betalen, maar dit is niet tijdig gebeurd. Tevens heeft eiseres geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht.
Daarnaast heeft eiseres geen beroepsgronden aangevoerd waarom zij het niet eens is met het besluit. De rechtbank heeft haar hierop gewezen en haar de mogelijkheid gegeven om dit gebrek binnen vier weken te herstellen, maar ook hierop is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig betalen van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden ertoe dat het beroep niet inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier M. Bos op 26 augustus 2021 te Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.