ECLI:NL:RBMNE:2021:4183

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
31 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 21 / 1959
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 10 maart 2021. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht van €49,- binnen vier weken te betalen, maar dit is niet tijdig gebeurd. Tevens heeft eiseres geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht.

Daarnaast heeft eiseres geen beroepsgronden aangevoerd waarom zij het niet eens is met het besluit. De rechtbank heeft haar hierop gewezen en haar de mogelijkheid gegeven om dit gebrek binnen vier weken te herstellen, maar ook hierop is geen reactie ontvangen.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig betalen van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden ertoe dat het beroep niet inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier M. Bos op 26 augustus 2021 te Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 1959

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
10 maart 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 21 juni 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is op 24 juni 2021 op het adres van eiseres bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook niet heeft aangegeven waarom zij het niet eens is met dit besluit (de beroepsgronden).
7. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt.
8. De rechtbank heeft eiseres op 25 juni 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken dit gebrek kan herstellen. Deze brief is op 26 juni 2021 op het adres van eiseres bezorgd.
9. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief.
10. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk
niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
11. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskosten vergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 26 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.