ECLI:NL:RBMNE:2021:4193
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar na vernietiging besluit Wob-verzoek
Eiser had een Wob-verzoek ingediend dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht deels werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gegrond en besloot een brief alsnog openbaar te maken, met uitzondering van een bedrag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het college de opdracht binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
Eiser stelde vervolgens beroep in omdat het college niet binnen deze termijn had beslist op het bezwaar. Verweerder erkende de vertraging en gaf aan dat de gevraagde informatie niet beschikbaar was in de eigen systemen, waardoor advies van een externe deskundige werd ingewonnen en een verzoek bij een dienstverlener was uitgezet. Dit leidde tot vertraging zonder concrete termijn voor besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak voldoende is om het besluit te nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag vertraging, met een maximum van €15.000. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestuursorgaan wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.