ECLI:NL:RBMNE:2021:4218
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens griffierechtbetaling
De staatssecretaris van Defensie heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van 11 maart 2021, waarin de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
De rechtbank onderzocht of er terecht werd geoordeeld dat er geen twijfel was over de uitkomst en dat daarom geen zitting nodig was. Opposante stelde dat het griffierecht van €360,- op 16 februari 2021 was betaald, maar dat zij een nieuwe nota ontving voor €354,- vanwege een fout in de eerste nota.
De rechtbank bevestigde dat het griffierecht van €360,- op 17 februari 2021 was ontvangen en dat de vaste werkwijze is om een foutief geïnd bedrag terug te storten en vervolgens het juiste bedrag te innen. Dit leidde tot verwarring bij opposante, die dacht dat het teveel betaalde bedrag werd verrekend.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond en laat de eerdere uitspraak vervallen. Opposante krijgt de gelegenheid het juiste griffierecht te voldoen waarna het onderzoek wordt voortgezet. Over proceskosten wordt later beslist.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.