AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging uitspraak op bezwaar parkeerbelasting wegens onbevoegdheid
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Nieuwegein vanwege parkeren op 10 juli 2020. De uitspraak op bezwaar werd namens het college van burgemeester en wethouders genomen door een medewerker van ParkeerService U.A., zonder vermelding van een naam.
De rechtbank stelde vast dat de directeur van ParkeerService U.A. als heffingsambtenaar was aangewezen en bevoegd was het bezwaar te behandelen. Echter was het mandaatbesluit waarmee de directeur een medewerker mandaat verleende niet bekendgemaakt conform artikel 3:42 AwbPro, waardoor het mandaat niet in werking trad.
Hierdoor was de uitspraak op bezwaar onbevoegd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en gaf de heffingsambtenaar zes weken om een nieuw besluit te nemen. Tevens moet de verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens onbevoegdheid; binnen zes weken moet een nieuw besluit worden genomen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2619
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat zijn bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen ongegrond is verklaard.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De naheffingsaanslag parkeerbelastingen is aan eiser opgelegd in verband met het parkeren van zijn voertuig met kenteken [kenteken] op een parkeerplaats aan MEENTWAL in de gemeente Nieuwegein op 10 juli 2020.
3. Op grond van artikel 231, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet is de heffingsambtenaar bevoegd om gemeentelijke belastingen, zoals parkeerbelasting, te heffen. Het college van burgemeester en wethouders wijst de heffingsambtenaar aan.
4. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak op bezwaar is gedaan namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein, door een medewerker team Parkeerrechten van ParkeerService U.A. Een naam van de medewerker staat niet vermeld bij de ondertekening van de uitspraak op bezwaar.
5. De rechtbank gaat er, op grond van mededelingen van ParkeerService in andere beroepszaken met vergelijkbare uitspraken op bezwaar [1] , van uit dat dit een misslag is en dat bedoeld is dat de uitspraak op bezwaar weliswaar namens de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein is genomen. De rechtbank gaat hier dan ook van uit. Om die reden wordt de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein als verwerende partij aangemerkt.
6. Verder stelt de rechtbank vast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein op 19 november 2019 het Aanwijzingsbesluit onbezoldigd ambtenaren 2020 heeft vastgesteld. Dit aanwijzingsbesluit is op 1 januari 2020 in werking getreden. Dit aanwijzingsbesluit is van toepassing op het besluit in deze zaak. In artikel II, aanhef en onder A, van dit aanwijzingsbesluit is de directeur van Coöperatie ParkeerService U.A. (de directeur) aangewezen als heffingsambtenaar. Dit betekent dat de directeur bevoegd was om op het bezwaar te beslissen. In deze zaak heeft niet de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar genomen, maar een onbekende medewerker van ParkeerService U.A. namens de heffingsambtenaar.
7. Verweerder heeft een intern mandaatbesluit overgelegd waarbij de directeur aan de functie medewerker afdeling Parkeerrechten van ParkeerService U.A. mandaat heeft verleend om namens hem te beslissen op bezwaarschriften tegen naheffingsaanslagen. In de hiervoor onder 4 genoemde beroepszaken heeft de directeur in zijn hoedanigheid van heffingsambtenaar van de gemeenten Hilversum en Amersfoort verweerder toegelicht dat de naam van een medewerker vanwege privacyredenen niet in de uitspraak op bezwaar wordt vermeld, maar dat de naam van de betreffende medewerker wel staat geregistreerd in het systeem waardoor de naam is te achterhalen. Verder heeft de directeur in die zaken verklaard dat het mandaatbesluit niet is gepubliceerd of op andere wijze naar buiten toe bekend is gemaakt. De rechtbank gaat ervan uit dat dit ook geldt voor de gevallen waarin de directeur als heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein optreedt.
8. Hoewel in de literatuur discussie bestaat over de wijze van bekendmaking van een mandaatbesluit [2] , gaat de rechtbank er vanuit dat een mandaatbesluit bekend moet worden gemaakt overeenkomstig artikel 3:42 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet door middel van toezending aan de gemandateerde, omdat het om een besluit van algemene strekking gaat. Omdat het mandaatbesluit niet is bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3:42 vanPro de Awb, is het ook niet in werking getreden. De conclusie is dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen. Het beroep is daarom gegrond en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd.
9. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. Het nieuw te nemen besluit is in ieder geval bevoegd genomen als het door de heffingsambtenaar zelf is genomen. De rechtbank geeft verweerder een termijn van zes weken om opnieuw op het bezwaar te beslissen.
10. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 vanPro de Awb).
11. Er zijn door eiser geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
12. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser betalen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet betalen.
Deze uitspraak is op 20 juli 2021 gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier .De beslissing zal door publicatie op rechtspraak.nl openbaar worden gemaakt.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
2.Gst. 2011/3: noot van R.J.M.H. de Greef bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL8720.