Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren van haar voertuig op 27 juni 2020 in de gemeente Woerden. De uitspraak op bezwaar werd namens het college van burgemeester en wethouders genomen door een medewerker van ParkeerService U.A., zonder dat deze medewerker bevoegd was.
De rechtbank stelde vast dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd was omdat de directeur-bestuurder van ParkeerService niet als heffingsambtenaar was aangewezen en het interne mandaatsbesluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt. Hierdoor was het mandaat niet in werking getreden en konden medewerkers van de afdeling parkeerrechten niet bevoegd besluiten nemen.
Ook de bekrachtiging van het besluit door een andere persoon was onvoldoende, omdat geen aanwijzingsbesluit was overgelegd waaruit bevoegdheid bleek. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en gaf de gemeente zes weken om een nieuw, bevoegd besluit te nemen.
De rechtbank bepaalde tevens dat het griffierecht aan eiseres moet worden vergoed en dat er geen proceskostenvergoeding is toegekend. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.