ECLI:NL:RBMNE:2021:4244

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
1 september 2021
Zaaknummer
20/1378-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 1 lid 1a/b Besluit Gelijkstelling Vreemdelingen ParticipatiewetArt. 69 lid 1 Vw2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake rechtmatig verblijf vreemdeling

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De rechtbank verklaarde dit beroep op 6 mei 2021 niet-ontvankelijk zonder zitting, omdat volgens haar over de uitkomst geen redelijke twijfel bestond.

Opposant stelde in het verzetschrift dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat op grond van het Besluit Gelijkstelling sprake kon zijn van rechtmatig verblijf en aanspraak op compensatie van de ALO-kop. De rechtbank beoordeelde in de verzetprocedure of terecht zonder zitting uitspraak was gedaan en of de argumenten van opposant twijfel opriepen over de eerdere uitkomst.

De rechtbank concludeerde dat het beroep niet kennelijk buiten redelijke twijfel afgedaan had mogen worden en verklaarde het verzet gegrond. De eerdere uitspraak van 6 mei 2021 vervalt, en de zaak zal op een zitting verder worden behandeld. De rechtbank benadrukte dat dit nog niet betekent dat opposant gelijk krijgt, dat zal nog worden beoordeeld.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, de zaak wordt op zitting voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1378-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 op het verzet

[opposant] , te [woonplaats] , opposant,

(gemachtigde: mr. S. Karkache).

Procesverloop

Opposant heeft beroep ingediend tegen het besluit op bezwaar van 2 april 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: het college).
In de uitspraak van 6 mei 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om opposant op een zitting te horen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 6 mei 2021 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op een zitting te horen. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposant twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 6 mei 2021 niet juist omdat in artikel 1 lid Pro 1a/b Besluit Gelijkstelling Vreemdelingen Participatiewet (Pw), IOAW en IOAZ (Besluit Gelijkstelling) is bepaald dat voor de toepassing van de Pw met een Nederlander gelijk wordt gesteld de vreemdeling die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 a-e en 1 Vw2000, binnen de termijn van artikel 69, eerste lid, van de Vw2000 bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen de intrekking van de toelating. In het tweede lid van het Besluit Gelijkstelling is bepaald dat deze gelijkstelling eindigt zodra onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist of de uitzetting ingevolge de Vw2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven. Opposant is van mening dat uit bovenstaande blijkt dat er sprake was van een rechtmatig verblijf en er aanspraak gemaakt kon worden op de compensatie van de ALO-kop.
4. Opposant heeft in zijn verzetschrift uiteengezet waarom volgens hem wel sprake was van een rechtmatig verblijf, onder meer door verwijzing naar het Besluit Gelijkstelling. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 6 mei 2021 niet onderkend of er op grond hiervan sprake kan zijn van een geldige verblijfstitel. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, afgedaan had mogen worden. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 6 mei 2021 vervalt. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposant krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog worden beoordeeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is op 26 augustus 2021 gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing zal door publicatie op rechtspraak.nl openbaar worden gemaakt.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.