ECLI:NL:RBMNE:2021:4247
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verwerking persoonsgegevens en verwijderingsverzoek op grond van AVG
Eiseres heeft verweerder verzocht om het melden van een datalek, het staken van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het verwijderen van persoonsgegevens die via e-mails waren verspreid. Verweerder heeft deze verzoeken afgewezen omdat het betrof een eenmalige verzending van een e-mail en geen doorlopende verwerking, waardoor het recht van bezwaar en beperking niet van toepassing is.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens zich alleen kan richten tot de verwerkingsverantwoordelijke zelf en niet tot derden die de e-mails ontvingen. Eiseres heeft erkend dat de onrechtmatigheid van de e-mail van 6 maart 2020 niet in geschil is en richt zich alleen op de e-mail van 20 december 2019.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de verzoeken terecht heeft afgewezen en dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij schade heeft geleden. Omdat er geen verzoek is gedaan om een oordeel over onrechtmatigheid te geven, komt de rechtbank daar niet aan toe. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres wordt geadviseerd een civiele procedure te starten voor verdere schadevorderingen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de verzoeken op grond van de AVG worden terecht afgewezen.