ECLI:NL:RBMNE:2021:4279
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €1.749.000,- voor het belastingjaar 2020, en vorderde een lagere waarde van €1.647.000,-. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkbare woningen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast heeft voldaan door aannemelijk te maken dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix hield rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte, kaveloppervlakte en onderhoudstoestand.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat hij slechts één vergelijkbare woning aanvoerde en niet voldeed aan de eis van meerdere identieke woningen. Ook was de vergelijking met de WOZ-waarde van 2018 niet relevant vanwege gewijzigde meetgegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.