Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiser] , woonplaats [woonplaats] , eiser
[vergunninghouder] B.V.(hierna: vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwistte de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan vergunninghouder had verleend voor het kappen van 18 bomen, het bouwen van drie woningen en het aanleggen van uitritten. Eiser stelde dat het college ten onrechte voorbij was gegaan aan een erfdienstbaarheid en onvoldoende zijn belangen had meegewogen, met name op het gebied van privacy en ruimtelijke inpassing.
De rechtbank oordeelde dat het college aanvankelijk het besluit onvoldoende had gemotiveerd, waardoor het beroep van eiser gegrond was. Echter, door het verweerschrift en de toelichting tijdens de zitting was de motivering alsnog voldoende hersteld. De rechtbank stelde dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid had kunnen verlenen en dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De rechtbank benadrukte dat de civiele rechter moet worden ingeschakeld voor de interpretatie van de erfdienstbaarheid, omdat hierover een gegronde discussie bestaat. De rechtbank concludeerde dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de privacy-inbreuk niet zodanig is dat het besluit onrechtmatig is.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; vergunninghouder mag de woningen bouwen.