AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzet tegen ongegrondverklaring bezwaar wegens te late indiening niet gegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op 20 mei 2020. Hiertegen heeft opposant verzet ingesteld.
De rechtbank heeft het verzet beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:54 AwbPro, omdat de uitkomst niet ter discussie stond. Opposant voerde ernstige gezondheidsklachten aan en betwistte de ontvangst van het besluit, maar kon geen concrete bewijsstukken overleggen die de juiste verzending van het besluit ontkrachten.
De rechtbank oordeelde dat de enkele ontkenning onvoldoende is om het verzet gegrond te verklaren. De eerdere uitspraak blijft daarom in stand en het verzet wordt ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3260-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2021 op het verzet van
[opposant] te [woonplaats] , opposant,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Opposant heeft beroep ingediend tegen het besluit op bezwaar van 12 juli 2019 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (B&W). Hierin heeft B&W het bezwaar van opposant niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de termijn is ingediend.
In de uitspraak van 20 mei 2020 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om opposant op een zitting te horen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 20 mei 2020 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 20 mei 2020 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. In zijn verzetschrift geeft opposant aan dat hij ernstige gezondheidsklachten heeft. Hij reageert altijd op brieven van de gemeente en hij heeft geen enkele brief geweigerd. Opposant gaat in zijn verzetschrift in op de langer slepende situatie tussen opposant en B&W. Nadat een advocaat contact heeft opgenomen met B&W hebben zij bevestigd dat er geen zaak loopt tegen opposant en dat hij nooit een uitkering bij hen heeft gehad. Bij zijn verzetschrift heeft opposant verschillende stukken gevoegd.
4. De rechtbank ziet in wat opposant aanvoert geen reden om het verzet gegrond te verklaren. B&W heeft de juiste verzending aangetoond. Opposant heeft ook in verzet niet kunnen aantonen dat de beslissing niet is ontvangen. Een enkele ontkenning is daarvoor niet voldoende. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 20 mei 2020 in stand blijft. De overige door opposant aangevoerde gronden zien op de inhoud. Omdat het verzet ongegrond is komt de rechtbank hier niet aan toe.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 21 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.