Eiser heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen een omgevingsvergunning. De vergunning was verleend voor het vernieuwen en vergroten van een schutting op een adres in de gemeente. Hoewel eiser niet de aanvrager van de vergunning was, oordeelt de rechtbank dat eiser wel belanghebbende is en derhalve beroep kan instellen tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overweegt dat verweerder ten onrechte heeft betoogd dat alleen de aanvrager een ingebrekestelling kan sturen en beroep kan instellen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat ook belanghebbenden bij het besluit op bezwaar beroep kunnen instellen als zij direct geraakt worden in hun belangen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van twaalf weken na afloop van de bezwaartermijn heeft overschreden. Eiser heeft tijdig een ingebrekestelling gestuurd en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 374,- aan eiser.