Verzoekster heeft op 5 juni 2020 een verzoek ingediend voor het nemen van een WOZ-beschikking. Verweerder reageerde niet tijdig, waarop verzoekster een ingebrekestelling stuurde. Verweerder reageerde afwijzend op 24 augustus 2020 en stelde geen dwangsom verschuldigd te zijn. Verzoekster diende bezwaar in, waarop verweerder niet besliste. Na een tweede ingebrekestelling stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
Op 2 juli 2021 trok verweerder het eerdere besluit van 24 augustus 2020 in en nam alsnog een besluit conform het verzoek van verzoekster. Verzoekster trok daarop het beroep in en vroeg vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet tegen vergoeding van proceskosten bezwaar maakte door niet te reageren op het verzoek. Gezien de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener en de beperkte aard van het geschil (alleen overschrijding beslistermijn) werd een vergoeding toegekend van €374,-, zijnde een half bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster.