ECLI:NL:RBMNE:2021:4344

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
7 september 2021
Zaaknummer
21 / 2654
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn bestuursrechtelijke procedure

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Nadat verzoekster een ingebrekestelling stuurde en beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing, nam verweerder alsnog een besluit op het bezwaarschrift. Verzoekster trok daarop het beroep in en vroeg vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) proceskosten kunnen worden toegekend. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde en het geschil alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, werd een lagere vergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5. Er zijn geen andere kosten die vergoed kunnen worden.

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van een proceskostenvergoeding van €374 aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 26 augustus 2021 te Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Utrecht tot betaling van €374 aan proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 2654

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.A. de Boer),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 13 augustus 2021 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft op 10 januari 2021 bezwaar aangetekend tegen het besluit van verweerder. Vervolgens heeft verzoekster op 14 april 2021 aan verweerder een ingebrekestelling gestuurd. Verweerder heeft geen besluit genomen en verzoekster heeft toen beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar ingediend bij de rechtbank. Op 21 juli 2021 heeft verweerder een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekster. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.