ECLI:NL:RBMNE:2021:4347
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking parkeervergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op 15 juli 2021 de parkeervergunning van verzoeker ingetrokken. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Vervolgens verleende het college op 16 augustus 2021 opnieuw een parkeervergunning, waarbij het eerdere besluit werd teruggedraaid wegens disproportionaliteit.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan over dit verzoek. Volgens de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan een bestuursorgaan bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding als het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
Hoewel het college aan het verzoek tegemoet is gekomen door de vergunning te herstellen, oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen proceskostenvergoeding toekomt omdat er geen sprake was van kosten van beroepsmatige rechtsbijstand of andere aantoonbare proceskosten. Wel werd het college veroordeeld het betaalde griffierecht van €49,- te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het college moet het griffierecht van €49,- vergoeden.