Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2021 in de zaak tussen
,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Verweerder besloot haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 13 december 2020, omdat zij naar oordeel van de verzekeringsarts meer dan 65% van haar loon kon verdienen. De rechtbank toetste de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had het dossier zorgvuldig onderzocht en concludeerde dat er geen sprake was van een situatie zonder benutbare mogelijkheden. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen onderschat waren, maar leverde geen medische informatie die de beoordeling onderbouwde. De rechtbank vond de medische rapporten eenduidig en zonder tegenstrijdigheden.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist met specifieke gronden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de uitkering beëindigde, omdat eiseres voldoende belastbaar was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.