Verzoeker heeft op 8 juni 2021 een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten in een bestuursrechtelijke procedure tegen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het oorspronkelijke besluit van verweerder dateert van 21 oktober 2020 en was onderwerp van beroep. Tijdens de zitting op 11 mei 2021 werd het onderzoek geschorst om verweerder de gelegenheid te geven zijn standpunt nader te bepalen. Op 21 mei 2021 kwam verweerder tegemoet aan de bezwaren van verzoeker, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:75a Awb bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank op verzoek proceskosten kan toewijzen. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek. De rechtbank bepaalt de proceskostenvergoeding op € 748,-, zijnde één punt voor de aanwezigheid van de gemachtigde bij de zitting, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Andere kosten worden niet vergoed omdat deze niet in aanmerking komen.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 178,- te vergoeden aan verzoeker, conform artikel 8:41, zevende lid, Awb. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot verweerder te wenden. De uitspraak is gedaan op 29 juli 2021 door rechter B. Fijnheer.