Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 24 november 2020 een bezwaarschrift in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na afloop van de bezwaartermijn beslist. Eiser stelde verweerder op 19 mei 2021 in gebreke, waarna verweerder nog twee weken had om te beslissen, maar ook deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank constateert dat verweerder in gebreke is en wijst op de wettelijke verplichting tot betaling van een dwangsom conform artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft de dwangsom op 4 augustus 2021 vastgesteld, maar de rechtbank laat zich daar niet over uit. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn nog wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €49 en proceskosten van €374 aan eiser vergoeden. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom te betalen.