Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag over het belastingjaar 2019 bij de gemeente Weesp. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks herhaalde verzoeken van eiser. Eiser stelde verweerder op 23 februari 2021 formeel in gebreke, waarna de beslistermijn definitief werd overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt een dwangsom vastgesteld van €1.442,- voor de eerste 42 dagen van de termijnoverschrijding. Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Verder wordt een aanvullende dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, met een maximum van €15.000,-. Verweerder moet ook het griffierecht van €49,- aan eiser vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en baseert haar oordeel op de aangeleverde stukken.