Stichting Frisse Oren vroeg een meerjarige subsidie van €100.000 per jaar voor vier jaar aan bij de gemeente Utrecht. De subsidie werd geweigerd op basis van een advies van een commissie die de artistiek-inhoudelijke en zakelijke kwaliteit van de stichting onvoldoende achtte.
De stichting betwistte de motivering van het advies, met name de onduidelijkheid over de expertise van de commissieleden en de rol van een bezoekverslag bij de beoordeling. Ook werd aangevoerd dat de zakelijke kwaliteit onterecht als onvoldoende werd beoordeeld, onder meer door onjuiste aannames over publieksbereik en financieringsmix.
De rechtbank oordeelde dat het advies onvoldoende inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd was, zowel voor de artistiek-inhoudelijke als zakelijke kwaliteit. De rol van het bezoekverslag en de onderbouwing van de conclusies waren onvoldoende toegelicht. Hierdoor kon de verweerder niet op het advies vertrouwen en was het besluit tot weigering van subsidie niet houdbaar.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een hernieuwde beoordeling met een beter gemotiveerd advies. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden. Een hoorzitting kan worden gehouden om toelichting op het beleidsplan te verkrijgen.