ECLI:NL:RBMNE:2021:4399
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing medenaturalisatie minderjarige wegens verblijfsgat en onafgebroken verblijfseis
Eiser heeft namens zijn minderjarige zoon een verzoek tot medenaturalisatie ingediend, dat door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen vanwege een verblijfsgat van 6 augustus 2020 tot 19 oktober 2020. Dit verblijfsgat ontstond doordat de verlenging van de verblijfsvergunning te laat werd aangevraagd zonder verschoonbare reden, waardoor niet werd voldaan aan de wettelijke eis van onafgebroken toelating voor onbepaalde tijd.
Eiser betoogde dat het te laat aanvragen verschoonbaar was vanwege het ontbreken van een herinneringsbrief van de overheid en verkeerde informatie van de gemeente, en dat dit een bijzondere omstandigheid vormde die tot naturalisatie zou moeten leiden. De rechtbank oordeelde echter dat de wet geen ruimte laat voor uitzonderingen op de onafgebroken verblijfseis en dat eiser zelf verantwoordelijk was voor het tijdig aanvragen van de verlenging.
De rechtbank vond het besluit van de staatssecretaris zorgvuldig en niet onevenredig nadelig, mede omdat er de mogelijkheid bestaat om later een nieuw naturalisatieverzoek in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot medenaturalisatie wordt ongegrond verklaard vanwege het verblijfsgat.