ECLI:NL:RBMNE:2021:4412
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bewindvoerder krijgt geen tweede of verlengde afkoelingsperiode in surseance van betaling
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 31 mei 2021 een voorlopige surseance van betaling verleend aan een besloten vennootschap, inclusief een afkoelingsperiode van maximaal twee maanden. De bewindvoerder vroeg op 13 augustus 2021 om een tweede afkoelingsperiode of verlenging van de eerste periode.
De rechtbank overweegt dat de afkoelingsperiode bedoeld is om de bewindvoerder in de beginfase van de insolventieprocedure de gelegenheid te geven een goed beeld van de boedel te vormen en weloverwogen beslissingen te nemen, zonder dat schuldeisers direct verhaal kunnen nemen. Deze periode is wettelijk beperkt tot maximaal twee maanden, met een mogelijke verlenging van nog eens twee maanden.
De rechtbank stelt vast dat de wet geen mogelijkheid biedt voor een tweede afkoelingsperiode na het verstrijken van de eerste. Een verlenging achteraf is ook niet toegestaan vanwege het belang van rechtszekerheid voor schuldeisers. Daarom verklaart de rechtbank de bewindvoerder niet ontvankelijk in zijn verzoek om een tweede of verlengde afkoelingsperiode.
Uitkomst: De bewindvoerder is niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een tweede of verlengde afkoelingsperiode.