ECLI:NL:RBMNE:2021:4423
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake gebruik persoonsgegeven functienaam
Verzoeker, voormalig werknemer van verweerder tot 2010, verzocht op 22 april 2021 om te stoppen met het gebruik van een persoonsgegeven dat zijn functienaam betreft. Verweerder wees dit verzoek op 10 juni 2021 af. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat het gebruik van het persoonsgegeven reputatieschade veroorzaakt en relevant is voor lopende juridische procedures. De voorzieningenrechter vond deze onderbouwing onvoldoende concreet en onvoldoende om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
Daarnaast onderzocht de voorzieningenrechter of het besluit evident onrechtmatig was, wat inhoudt dat zonder diepgaand onderzoek het standpunt van verweerder zeer ernstig betwijfeld moet kunnen worden. Dit was niet het geval, omdat uit het primaire besluit bleek dat de functienaam correct was toegewezen conform onherroepelijke rechtspraak.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.