AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beslissing op bezwaar
Eiser heeft op 24 augustus 2020 beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet bij het indienen van beroep griffierecht worden betaald. In deze zaak bedroeg het griffierecht €48,-. De rechtbank heeft eiser op 17 oktober 2020 aangetekend verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Deze brief is niet afgehaald en retour ontvangen, waarna de rechtbank de inhoud per gewone post heeft toegezonden met de mededeling dat de termijn niet opnieuw begint.
Eiser heeft het griffierecht niet betaald en heeft geen geldige reden opgegeven voor het uitblijven van betaling. Daarnaast heeft eiser niet voldaan aan het verzoek om een kopie van de beslissing op bezwaar te overleggen. Hierdoor is het beroep volgens artikel 8:54 vanPro de Awb niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te behandelen en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier K.F.K. Hoogbruin op 1 februari 2021. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van de beslissing op bezwaar.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 3089
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
onbekende verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 24 augustus 2020 heeft ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 17 oktober 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is door eiser niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 vanPro de Awb, aan eiser ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 17 oktober 2020 niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (art. 8:54 vanPro de Awb).
6. De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen kopie van de beslissing op bezwaar heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van
12 oktober 2020. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.