ECLI:NL:RBMNE:2021:4465
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ov-boete wegens te laat stopzetten studentenreisproduct
Eiser kreeg een ov-boete van €150 opgelegd omdat hij zijn studentenreisproduct niet binnen tien kalenderdagen na het einde van zijn studiefinancieringsrecht stopzette. Het recht eindigde op 31 januari 2020, maar het product werd pas op 17 februari 2020 stopgezet, waardoor een ov-schuld ontstond.
Eiser voerde aan dat hij eerder had geprobeerd het product stop te zetten, maar dit niet aannemelijk kon maken. De rechtbank oordeelde dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het tijdig verkrijgen van de benodigde informatie en het doen van een goede poging. Door te laat te handelen, heeft eiser het risico genomen en is de schuld aan hem toe te rekenen.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiser ook ov-schuld moet terugbetalen voor de tweede helft van februari, omdat hij ook toen met het product heeft gereisd. Het beroep tegen het besluit werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het besluit ondanks de overschrijding van de beslistermijn rechtsgeldig.
Uitkomst: Het beroep tegen de ov-boete wegens te laat stopzetten van het studentenreisproduct is ongegrond verklaard.