Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Hij wijst erop dat het begrip ‘werknemer’ een communautair begrip is afkomstig uit het Unierecht en daarom niet nationaalrechtelijk kan worden ingevuld. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (HvJEU) is een werknemer een persoon die reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Hiervan is sprake wanneer iemand tegen vergoeding werkzaamheden verricht onder toezicht en instructie van een ander. Eiser heeft verschillende uitspraken van het HvJEU aangehaald die gaan over de invulling van dit begrip. In het bijzonder wijst hij op het arrest
Bernini v. Minister van Onderwijs en Wetenschappen, waarin het HvJEU heeft bepaald dat ook een persoon werkzaam onder een stageovereenkomst een werknemer is, mits de stagiair voldoende uren heeft gewerkt om zich het werk tijdens de stage eigen te hebben kunnen maken. [1] Dit is in het geval van eiser aan de orde, omdat zijn stage 6 maanden duurde. Voor wat betreft de overwegingen van het HvJEU over productiviteit haalt eiser de arresten
Trojanien
Balkayaaan. [2] Volgens eiser heeft verweerder ongelijk door te stellen dat eiser niet voldoet aan de vereisten van artikel 45 Verdrag Pro betreffende de werking van de EU (VWEU) (vrij verkeer van werknemers). Daarbij voldoet eiser ook aan de nationale beleidsregels van verweerder, zowel wat betreft de gestelde urennorm en het inkomenscriterium. Tot slot verwijst eiser naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 februari 2018, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat een student met een stage-overeenkomst bij Danone voor 40 uur in de week en een bruto vergoeding van € 450,- in de maand recht had op studiefinanciering. [3]