ECLI:NL:RBMNE:2021:4471
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen Wav-boete wegens illegale arbeid vreemdelingen
Verzoekster kreeg een bestuurlijke boete van €144.000 opgelegd wegens het laten werken van 36 vreemdelingen zonder juiste vergunningen, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd gebaseerd op een boeterapport van december 2019 en het beleid van 2020. Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van verzoekster, die stelde dat betaling van de boete zou leiden tot faillissement en reputatieschade door openbaarmaking van inspectiegegevens. De rechter achtte het financiële belang aannemelijk, mede vanwege de hoge boete en de kleine omvang van de onderneming. De rechtmatigheid van het besluit kon niet snel worden beoordeeld, waardoor een belangenafweging noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter nam mee dat het om een punitieve sanctie gaat en dat de Raad van State adviseert terughoudend te zijn met invordering van hoge bestuurlijke boetes bij kleine ondernemingen. Gezien het tijdsverloop tussen inspectie en boete en het ontbreken van een dringende reden voor onmiddellijke invordering, woog het belang van verzoekster zwaarder dan dat van verweerder.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Verzoekster hoeft de boete in die periode niet te betalen en de inspectiegegevens worden niet openbaar gemaakt. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de boete van €144.000 wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.