Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[opposant], te [woonplaats], opposant.
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
17 januari 2020 in stand blijft.
P.W. Hogenbirk, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 17 januari 2020, waarin zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 14 oktober 2019 ongegrond werd verklaard wegens te late indiening van het bezwaarschrift.
De rechtbank heeft in deze procedure beoordeeld of het in de eerdere uitspraak toegepaste artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat een uitspraak zonder zitting toestaat indien geen twijfel over de uitkomst bestaat, correct is toegepast. Opposant kon niet aantonen dat het bezwaarschrift op tijd was verzonden, ondanks zijn stelling dat hij verkeerd was voorgelicht door een medewerker van het postagentschap.
De rechtbank oordeelde dat het risico van te late verzending bij opposant ligt en dat de eerdere uitspraak terecht zonder zitting is gedaan. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van 17 januari 2020 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.