Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op zijn verzoeken om herbeoordeling van arbeids(on)geschiktheid. De rechtbank heeft op 14 augustus 2020 deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV op 11 december 2019 alsnog heeft beslist. Opposant ging hiertegen in verzet.
De rechtbank heeft in deze verzetprocedure beoordeeld of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was, met name of de brief van het UWV van 11 december 2019 als een besluit in de zin van de Awb moet worden gezien. De rechtbank bevestigt dat dit het geval is en dat het UWV correct heeft gehandeld.
Opposant voerde onder meer aan dat de brief geen besluit is en dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook stelde hij dat een herbeoordeling verplicht is en dat de rechtbank onzorgvuldigheden heeft gemaakt in haar eerdere uitspraak. Deze argumenten werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelt vast dat opposant bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 11 december 2019 en dat deze bezwaarprocedure nog loopt, zodat opposant het inhoudelijk oordeel van het UWV kan aanvechten.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en handhaaft zij de uitspraak van 14 augustus 2020. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.