ECLI:NL:RBMNE:2021:4526
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens voortzetting Wob-verzoek door ander dan oorspronkelijke verzoeker
Stichting een Dier een Vriend heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op een Wob-verzoek. De rechtbank had eerder bepaald dat de minister binnen acht weken moest beslissen en een dwangsom moest betalen bij overschrijding.
De minister erkende de overschrijding en gaf aan dat dit te wijten was aan capaciteitsproblemen en prioritering binnen de NVWA. Tevens stelde de minister dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn omdat het verzoek was voortgezet door een ander dan de oorspronkelijke verzoeker, die inmiddels was overleden.
De rechtbank verwierp dit standpunt omdat het verzoek namens de stichting was ingediend en er een machtiging was die dit bevestigde. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat de dwangsomperiode nog niet was verstreken op het moment van indiening, waardoor de prikkel voor een besluit nog aanwezig was.
De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling en maakte de uitspraak openbaar. De rechter was verhinderd de uitspraak te tekenen.
Uitkomst: Het beroep van Stichting een Dier een Vriend wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet verstreken zijn van de dwangsomperiode bij indiening.