De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 januari 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Gooise Meren. Het beroep was ingesteld door een gemachtigde namens een onbekende eiser, zonder dat de identiteit van deze eiser binnen de beroepstermijn van 10 februari 2020 bekend was gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat de identiteit van degene namens wie het beroep is ingesteld niet kenbaar is gemaakt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het niet mogelijk om beroep in te stellen namens nog onbekende personen. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is en niet inhoudelijk kan worden behandeld.
De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier K.F.K. Hoogbruin. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.