De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 28 juli 2020. Het bezwaar was ingediend na de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit op 14 mei 2020. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift, ontvangen op 7 juli 2020, te laat is.
Eiser stelde dat hij te laat was omdat hij pas op 6 juli 2020 kennis nam van de nettobetaling van de uitkering en de berekeningswijze daarvan. De rechtbank acht dit geen geldige reden voor het overschrijden van de termijn, omdat eiser zelf verantwoordelijk was om tijdig duidelijkheid te verkrijgen, bijvoorbeeld door contact met verweerder of het inschakelen van een deskundige.
Daarom was het terecht dat verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 14 januari 2021.